Sommige koekjes hebben eigenlijk geen introductie nodig. Jan Hagel koekjes zijn daar een goed voorbeeld van. Het zijn van die ouderwetse koekjes die je misschien nog kent van vroeger, van de bakker of uit een trommel bij je oma op tafel.
Het mooie aan deze koekjes is dat ze zo lekker simpel zijn. Geen ingewikkelde technieken, geen bijzondere ingrediënten; gewoon een goed koekdeeg met daarop amandelschaafsel en parelsuiker. Het resultaat? Dunne, knapperige koekjes met een heerlijk bros randje.
Jan Hagel koekjes bestaan waarschijnlijk al sinds de 18e eeuw en horen daarmee echt thuis in de categorie klassieke Nederlandse baksels. Ondanks dat ze zo’n lange geschiedenis hebben, zie je ze tegenwoordig niet overal meer. Des te leuker dus om ze gewoon zelf te maken.
En geloof me: dat is een stuk makkelijker dan je misschien denkt. Tenminste, met mijn recept. Ik heb banketbakker Cees Holtkamp deze koekjes ook zien maken en dat ging er een stuk ingewikkelder aan toe. Niet helemaal mijn ding – haha.

Wat zijn Jan Hagel koekjes?
Jan Hagel koekjes zijn dunne, brosse koekjes die worden gemaakt van een eenvoudig boterdeeg. Het deeg wordt uitgerold tot een dunne plak, daarna bestreken met ei en bestrooid met amandelschaafsel en parelsuiker.
Het geheel gaat als één grote plaat de oven in. Zodra het deeg gebakken is (en dus nog zacht is) snijd je het in rechthoekige stukjes. Tijdens het afkoelen worden de koekjes vanzelf lekker knapperig.
Deze koekjes kom je trouwens in verschillende varianten tegen. In sommige recepten wordt er helemaal geen kaneel toegevoegd aan het deeg, vind ik persoonlijk jammer want dit zorgt wel voor een echt lekkere smaak, terwijl andere versies weer iets dikker zijn of juist dunner. Maar de basis van Jan Hagel koekjes blijft altijd hetzelfde: een brosse koekje met amandel en suiker.
Wat ik zelf zo lekker vind aan deze koekjes is de combinatie van texturen. De koek zelf is heerlijk bros, de amandelschaafsel krijgt een licht geroosterd smaakje in de oven en de parelsuiker zorgt voor kleine knapperige zoete stukjes bovenop. Heel lekker.
En ze zien er super gezellig uit!



Brosse koekjes met amandelschaafsel en parelsuiker
De structuur van jan hagel koekjes hoort echt bros te zijn. Dat wil zeggen: als je er doorheen bijt knapt het deeg, maar als je verder kauwt valt het bijna uit elkaar. Dat bereik je door het deeg vrij dun uit te rollen; ongeveer twee tot drie millimeter dik. Tijdens het bakken wordt het deeg stevig en knapperig, precies zoals een goed koekje hoort te zijn.
De topping speelt ook een belangrijke rol. Het amandelschaafsel geeft niet alleen smaak, maar zorgt ook voor een licht nootachtig smaak zodra het in de oven geroosterd wordt. Dat maakt de koekjes meteen een stuk interessanter dan een standaard suikerkoekje.
Daarbovenop komt nog de parelsuiker. Dat zijn kleine harde suikerparels die hun vorm behouden tijdens het bakken. Ze smelten dus niet helemaal weg, maar blijven als kleine knapperige korrels bovenop de koekjes liggen.
Belangrijk is dus echt om de koekjes zodra ze uit de oven komen direct te snijden. Het deeg is dan nog zacht en makkelijk te snijden. Wacht je te lang, dan wordt het deeg te hard en breekt het sneller.
Snijd het deeg in rechthoekige plakjes en laat het deeg volledig afkoelen op de bakplaat en vervolgens op een rooster. Eventuele snijranden kun je lekker opeten of gebruiken als topping over bijvoorbeeld een toetje. Tipje van flipje ;-)

Waar koop je parelsuiker?
Parelsuiker is tegenwoordig gelukkig vrij makkelijk te vinden. Veel grotere supermarkten verkopen het bij de bakproducten, vaak in kleine zakjes.
Kun je het daar niet vinden, dan kun je altijd even kijken bij een bakwinkel of online. Webshops die gespecialiseerd zijn in bakspullen hebben het vrijwel altijd op voorraad. Vaak kun je daar ook grotere verpakkingen kopen, wat handig is als je vaker bakt.
Parelsuiker wordt trouwens niet alleen voor jan hagel koekjes gebruikt. Je ziet het bijvoorbeeld ook terug in Belgische wafels, waar het tijdens het bakken licht karamelliseert. Ik gebruik het ook in Suikerbrood en als topping op mijn Kanelbullar (Scandinavische kaneelbroodjes).
Een zakje in huis hebben is dus helemaal geen slecht idee. En het is onwijs lang houdbaar.
En zodra je deze koekjes een keer hebt gemaakt, is de kans groot dat je het snel weer wilt gebruiken.
Want hoe simpel ze ook zijn: zelfgemaakte jan hagel koekjes smaken echt heerlijk. Dun, knapperig, boterig en met precies genoeg zoete crunch bovenop. Ideaal om in de snoeplade te hebben liggen.
Bewaar dit recept op Pinterest!
Dit recept opslaan zodat je hem altijd kunt raadplegen als je wilt koken? Bewaar deze foto dan op een van jouw Pinterest borden.


Jan Hagel koekjes
Benodigdheden
- elektrische (hand)mixer met deeghaak
- deegroller
- bakplaat met bakpapier
Ingrediënten
- 150 g boter – op kamertemperatuur
- 125 g kristalsuiker
- 200 g patentbloem
- 1 tl bakpoeder
- 1 tl kaneelpoeder
- snuf zout
- 1 ei – losgeklopt
- 50 g amandelschaafsel
- 30 g parelsuiker
Instructies
- Doe de boter met de suiker in de kom van een keukenmachine en mix dit tot een wittig mengsel.
- Voeg de bloem, bakpoeder, kaneelpoeder, zout en het halve ei toe en meng het geheel tot een zacht deeg.
- Leg het deeg op een vel bakpapier en rol het uit tot een dunne plak van ongeveer 2-3mm dik. Zorg ervoor dat het deeg op de bakplaat past.
- Verwarm de oven voor op 180℃ boven- en onderwarmte.
- Bestrijk de bovenkant van het uitgerolde deeg met losgeklopt en ei en strooi de amandelsnippers en parelsuiker er overheen.
- Bak het deeg 20 minuten in het midden van de oven, tot de bovenkant lichtbruin kleurt.
- Snijd, zodra het deeg uit de oven komt (en dus nog zacht is) het deeg in rechthoekjes en laat de koekjes volledig afkoelen.
